Het was een regenachtige nacht. De dikke druppels waren met zonsondergang begonnen met uit de hemel vallen, en waren tot dusver niet gestopt. Wavepkit stak zijn hoofd een stukje uit de warme kraamkamer. Wat ruikt het buiten fris, dacht hij. Een idee kwam op in zijn hoofd. Wat als... Hij wiebelde met zijn snorharen. Waarom ook eigenlijk niet? Hij wierp een blik achterom. Zijn moeder was diep in slaap, zich niet bewust dat haar kleintje was opgestaan. Wavekit draaide zich weer om. De regen lokte hem en met een sprongetje was hij buiten de kraamkamer. Hij snoof nog eens de heerlijke lucht van het vallende water op en spinde luid. De krijger die de wacht hield draaide zijn hoofd. O nee! Nu ziet hij me, en zegt hij vast dat ik naar binnen moet gaan! Wavekit drukte zich plat op de grond. De krijger zei niks en draaide zijn hoofd weer terug. Wavekit haalde opgelucht adem. Nu heel voorzichtig zijn.. Voor hij het wist stond hij buiten het kamp. Het was niet de eerste keer dat hij ongezien naar buiten was gegaan, maar nog nooit met regen. Wavekit zoog zijn longen vol met de frisse lucht. Een paar vossenlengtes voor hem was een plas! Wavekit bedacht zich geen moment en sprong er in, doordrenkte zijn hele vacht met het water. Het was niet koud, eerder lauw. Wavekit huppelde weer verder, naardat hij zichzelf uitvoerig uit had geschud. Zijn hle vacht was aan zijn huid geplakt, maar Wavekit kon het geen moer schelen. Hij rende door de modder en voelde zich vrij; zo vrij had hij zich nooit gevoeld. Plotseling voelde hij dat iemand hem bij zijn nekvel greep.
'Ben je helemaal doorgedraaid? Wat doe je hier, in Sterrenclansnaam? Hoe haal je het in je hoofd?' Het was zijn moeder. 'Regen is zo fijn, moeder!' Zijn moeder keek hem boos aan. 'Waag het niet om ooit nog eens zonder toestemming naar buiten te gaan!' Ze greep hem stevig vast en droeg hem mee terug, het kamp in. Dag regen, tot de volgende keer! dacht Wavekit, maar hij zei het maar niet hardop.